Het jaarlijkse ritueel: de huurverhoging
Een huurverhoging, of huurprijsverhoging, is een standaardkenmerk van de Nederlandse huurmarkt. In tegenstelling tot wat in veel andere landen gebruikelijk is, kan een verhuurder de huur niet zomaar met welk bedrag dan ook of op elk gewenst moment verhogen. Het proces van huurverhoging wordt streng gereguleerd door de overheid, hoewel de regels aanzienlijk verschillen, afhankelijk of je huurt in de sociale (gereguleerde) sector of in de vrije (geliberaliseerde) sector. Voor de meeste huurders is de verhoging een jaarlijks evenement, dat doorgaans op 1 juli ingaat. Het begrijpen van de specifieke regels die op jouw contract van toepassing zijn, is cruciaal, omdat het je in staat stelt een verhoging te identificeren en aan te vechten die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Een verhuurder moet zich houden aan strikte kennisgevingsprocedures en aan de wettelijk vastgestelde percentage-limieten.
De sterk gereguleerde sociale sector
Voor huurders in de sociale huursector (sociale huurwoning), waarbij de oorspronkelijke basishuur onder de liberalisatiedrempel lag, zijn de regels voor huurverhogingen het strengst. Elk jaar bepaalt de nationale overheid het maximale percentage waarmee huren in deze sector kunnen worden verhoogd. Dit percentage is vaak gekoppeld aan de gemiddelde inflatie of de loonontwikkeling. In sommige jaren kan er ook een extra inkomensafhankelijke verhoging zijn, waarbij huurders met een hoger inkomen een grotere huurverhoging kunnen krijgen dan huurders met een lager inkomen. De verhuurder is verplicht de huurder schriftelijk op de voorgestelde verhoging te informeren uiterlijk twee maanden voordat deze ingaat. Dit voorstel moet de huidige en de nieuwe huur, het percentage van de verhoging, en de methode waarop de huurder bezwaar kan maken bevatten. Als een huurder van mening is dat de verhoging onwettig is—bijvoorbeeld als deze de wettelijke maximum overschrijdt of als de woning ernstige onderhoudsgebreken vertoont—kunnen zij formeel bezwaar maken tegen de verhuurder. Als zij het niet eens kunnen worden, kan de zaak voor de Huurcommissie komen voor een bindende beslissing.
De (nu gereguleerde) vrije sector
Historisch gezien was de vrije sector (vrije sector) een waar Wilde Westen als het ging om huurverhogingen. De jaarlijkse aanpassing werd simpelweg geregeld door wat er in het huurcontract stond. De meeste contracten bevatten een clausule die bepaalt dat de huur jaarlijks zou worden verhoogd met de inflatie (de consumentenprijsindex of CPI) plus een vast toeslag, vaak zo hoog als 3-5%. Dit kon leiden tot torenhoge en onvoorspelbare huurverhogingen jaar na jaar. Om dit probleem aan te pakken heeft de Nederlandse regering ingrepen gedaan. Sinds een paar jaar geldt ook in de vrije sector een landelijke cap. De wet bepaalt nu dat de jaarlijkse verhoging is begrensd op ofwel inflatie (CPI) + 1%, ofwel de gemiddelde collectieve loonontwikkeling + 1%, afhankelijk van welke van de twee (inflatie of loonontwikkeling) lager is. Deze wettelijke grens heeft voorrang op elke clausule in een bestaand huurcontract die een hogere verhoging zou toestaan. Dit is cruciale kennis voor huurders in de vrije sector; je bent niet langer uitsluitend afhankelijk van de bepalingen van je contract en moet deze altijd toetsen aan de huidige nationale wetgeving.
Huurverlaging: een proactief recht van de huurder
Huurverhoging is geen eenzijdig proces. Huurders hebben ook het recht om onder specifieke omstandigheden een huurverlaging aan te vragen. Het krachtigste instrument is voor huurders in de gereguleerde sector. In de eerste zes maanden van hun contract kunnen zij de Huurcommissie vragen te beoordelen of hun oorspronkelijke huur redelijk is op basis van de puntentelling van de woning (woningwaarderingsstelsel). Als de punten een lagere huur rechtvaardigen, kan de Huurcommissie de verhuurder dwingen deze te verlagen, met ingang van het begin van het contract. Bovendien kan elke huurder (in beide sectoren) een tijdelijke huurverlaging aanvragen als de woning ernstige onderhoudsgebreken heeft die de verhuurder niet heeft verholpen, zoals ernstige lekken of een kapot verwarmingssysteem. Dit is een formele procedure die druk uitoefent op de verhuurder om reparaties uit te voeren. Het is belangrijk op te merken dat verhuurders bijna nooit vrijwillig een huurverlaging voorstellen. Het is een recht waar de huurder van op de hoogte moet zijn en proactief voor moet vechten, vaak via formele procedures bij de Huurcommissie.