De verplichte 'eindschoonmaak'
Aan het einde van een huurperiode komt het vaak voor dat er in de huurovereenkomst een clausule staat, met name in de vrije sector en voor gemeubileerde appartementen, die een 'eindschoonmaak' (eindschoonmaak) oplegt. Dit kent vaak de vorm van een verplicht bedrag voor een professionele schoonmaakdienst die door de verhuurder wordt ingehuurd, waarna het bedrag van de waarborgsom van de huurder wordt afgetrokken. Verhuurders rechtvaardigen dit door te stellen dat het ervoor zorgt dat de woning bij de volgende huurder in een professionele staat wordt opgeleverd. Hoewel dit redelijk klinkt, is de verplichte eindschoonmaakvergoeding een van de juridisch meest dubieuze en vaak betwiste kosten in de Nederlandse huurpraktijk. De kern van de zaak ligt in het conflict tussen contractuele vrijheid en het juridische beginsel dat de primaire verplichting van een huurder eenvoudigweg is om de woning in dezelfde staat terug te leveren als waarin hij deze heeft ontvangen, rekening houdend met normale slijtage.
Juridische status en 'onredelijk beding'
De fundamentele regel in het Nederlandse huurrecht is dat bij vertrek een huurder de woning in de staat dient op te leveren zoals beschreven in het initiële inspectierapport (opleveringsrapport). Als er geen initiëel rapport is, gaat de wet ervan uit dat de huurder het in goede staat heeft ontvangen en dit ook zo moet terugleveren. Het concept van 'normale slijtage' (normale slijtage) is cruciaal — een huurder is niet verantwoordelijk voor de geleidelijke veroudering van een woning. Een verplichte professionele schoonmaakvergoeding kan, en wordt vaak, beschouwd als een 'onredelijk beding' (onredelijk beding). Als een huurder de woning grondig heeft schoongemaakt tot de toestand bij aanvang van de huurovereenkomst, kan het forceren van betaling voor een professionele dienst die ze niet nodig hebben juridisch niet-afdwingbaar zijn. Het sterkste argument van de verhuurder voor de vergoeding is als zij kunnen bewijzen, via het check-in-rapport en facturen, dat de woning vlak voor de intrek van de huurder professioneel is schoongemaakt. In dat geval kunnen zij stellen dat de 'same state' betekent 'professioneel schoongemaakt'. Zonder dit bewijs staat de clausule op erg wankel juridisch terrein.
Vaste vergoedingen vs. werkelijke kosten
Verhuurders proberen deze kosten doorgaans op twee manieren op te leggen:
- Een vast bedrag (
vast bedrag): Het contract specificeert een vast bedrag, bijvoorbeeld €250,-, voor eindschoonmaak. Dit is de meest juridisch problematische methode. Het Nederlandse recht bepaalt dat verhuurders geen winst mogen maken uit servicegerelateerde kosten die aan huurders worden doorberekend. Een vast bedrag, niet onderbouwd door een feitelijke factuur, kan gemakkelijk worden aangevochten als een poging om winst te maken in plaats van een echte kosten te dekken.
- Aftrek van werkelijke kosten: Een gebruikelijker en iets beter verdedigbare methode is dat de verhuurder een schoonmaakbedrijf inhuurt en het gefactureerde bedrag van de waarborgsom aftrekt. Hoewel dit transparanter lijkt, blijft misbruik mogelijk. De huurder heeft geen controle over welk bedrijf wordt ingehuurd en kan geconfronteerd worden met een inflatoire factuur. Huurders moeten altijd eisen om een kopie te zien van de daadwerkelijke, gespecificeerde factuur van het schoonmaakbedrijf. Weiger om er een te tonen is een grote rode vlag.
Huurdersrechten en Beste Praktijken
Om zichzelf te beschermen, moeten huurders proactief optreden. Voor het tekenen van een huurovereenkomst moeten huurders elke clausule over verplichte professionele schoonmaak ter discussie stellen. Aan het einde van de huurperiode moeten huurders hun eigen grondige schoonmaak uitvoeren en, cruciaal, dit documenteren met uitgebreide foto's en video's genomen tijdens de eindinspectie (eindinspectie). Dit bewijs is onschatbaar in een geschil. Een huurder kan ook proactief een eigen gecertificeerd schoonmaakbedrijf inhuren en de factuur aan de verhuurder overhandigen, wat vaak voldoet aan de contractuele verplichting tegen mogelijk lagere kosten. Als een verhuurder oneerlijk een schoonmaakvergoeding van de borg aftrekt, kan de huurder dit formeel schriftelijk betwisten en, indien nodig, de zaak voor de rechtbank brengen om hun geld terug te vorderen. De wet staat vaak aan de kant van de huurder, mits zij redelijk hebben gehandeld en bewijs hebben van hun eigen schoonmaakwerk.